Index of /maus

Gij zijt mijn goed, mijn overloed

Gezang 366

Treffend lied van Tom Naastepad, een mooi voorbeeld hoe je over het christelijk geloof enorm veel leert als je je in een leerdienst buigt over het boek van IsraŽl. Dat is nl. de provenance van dit lied.
In 1963 moest Tom Naastepad [s]preken over de 12 verspieders van Kanašn: men ziet het beloofde land, maar mist de moed/geloof om binnen te gaan. De tekst zit vol allusies op dit verhaal (Numeri 13:25-14:10). Het feit dat het goed gerucht - het evangelie over het beloofde land (gebracht door Jehoshua, Jozua) - het is een land 'vloeiende is van melk en honing' -  niet wordt geloofd, zet Naastepad aan tot een bijna oud-kerkelijke (Augustijns/Bernardijnse) meditatie. Een spirituele, om niet te zeggen allegoriserende meditatie over 'des mensen verzet' tegen de genade, Ťn m.n. tegen de belichaming ervan, de Messias (Jehoshua, Jezus). Ook 'het graf van mijn begeren' (str. 5) verwijst naar Numeri, i.c. hoofdstuk 11:31-35, waar in een etiologische sage verklaard wordt waarom een bepaald gebied Kivrot tašva (graven der begeerte) heet. De IsraŽlieten hadden teveel vlees gegeten en stierven met het vlees nog tussen hun tanden... [ook actueel]

Zowel de thematiek als de melodie (O Traurigkeit, o Herzeleid) plaatsen dit lied als vanzelfsprekend in de Passieweek...

 otraurigkeit

Ook zonder de lezing van Numeri spreekt het de mens aan. Vreemd dat men het niet opgenomen heeft in het Liedboek 2013. Zulke beeldende liederen prikkelen de imaginatio ook van de seculiere mens en doen hem bezinnen. De melodie wordt in het Liedboek ook gebruikt voor Nu valt de nacht... gez. 195 [LB2013, nr. 509) = onderaan de pagina de vierstemmige zetting uit 1641 van dit lied. Tevens eentje uit Bach's tijd.


gijzijtmijngoed

1   Gij zijt mijn goed,
mijn overvloed,
Gij zijt mijn brood, mijn beker,
door uw dorst en door uw dood:
al mijn levensteken!

2   Gij die het land
van Kanašn
doorkruist hebt allerwege:
waarom wordt Gij niet verstaan
als Gij spreekt van zegen?

3   Gij zegt ons: ziet
het woongebied
dat gij met Mij zult erven!
Maar mijn hart bewaart het niet,
ik verzuim uw sterven.

4   Gij zegt: wordt vrij
en komt tot Mij,
mijn juk is licht te dragen!
Maar ik ga uw woord voorbij
en ik pluk de dagen.

5   Ik zwerf en dwaal
totdat ik daal
in 't graf van mijn begeren,
zal ik ooit uw kruis zien staan
en mijn leven leren?

6   Keer mij tot U
opdat ik zie
uw land van melk en honing:
waar uw Vaders wil geschiedt
is mijn spijs, mijn woning!

 

o traurigkeit - nu valt de nacht - gij zijt mijn goed

Trauriges Grab-Lied
‹ber die BEgršbnis unsers Heylandes JESU Christi
Am Char-Freytag.

otraurigkeit_satb_leipzig